Elkaar ontmoeten in het veld waar niets meer hoeft
- 4 aug 2025
- 3 minuten om te lezen
Bijgewerkt op: 16 mrt
We willen zo graag blijven.
Maar vaak vertrekken we,
of sluiten we ons af.
Niet letterlijk.
Niet zichtbaar.
Maar innerlijk.
Het begint klein. Een blik, een opmerking, een subtiele verschuiving in een gesprek. Iets in jou voelt het: een lichte samentrekking, een verkramping. Je hart sluit zich een fractie, je mond glimlacht misschien iets te snel, je ogen kijken net iets langer weg.
En diep vanbinnen weet je: hier verlies ik mezelf weer.
Soms verschijnt er een fluistering van binnen. Een oud zinnetje, zo bekend dat je het bijna niet meer hoort: laat maar, dit heeft toch geen zin. Alsof er iets in je al besloten heeft dat jouw waarheid hier geen plek heeft. Voor je het weet is er iets in jou teruggetrokken, zelfs al kijk je de ander nog aan.
Dat vertrekken hebben we ooit geleerd. Blijven kostte te veel. We pasten ons aan om liefde niet te verliezen. We slikten woorden in omdat boosheid gevaarlijk voelde. We verlieten onze waarheid toen die van de ander te zwaar op ons drukte.
Zo ontstond een vertrouwde beweging: als het spannend wordt trekt iets in mij zich terug. Niet uit onwil, maar uit bescherming.
Die verdwijning voltrekt zich subtiel. Soms als zwijgen of terugtrekken. Soms als overtuigen, uitleggen of redeneren. Soms zelfs als boosheid of standvastig opkomen voor je gelijk.
Maar ondertussen zijn we iets kwijtgeraakt: het contact met onze eigen kwetsbaarheid. We glimlachen nog, we knikken nog, maar iets in ons is al gesloten.
Herken je dat moment waarop je nog luistert, maar vanbinnen al iets dicht is gegaan?
Onder die beweging van bescherming speelt zich vaak iets diepers af. We raken verdwaald in een wereld van binnen en buiten, van mij en jou. Terwijl alles in werkelijkheid verschijnt in hetzelfde veld van aanwezigheid.
Zelfs het moment waarop we vertrekken verschijnt in diezelfde ruimte waarin we altijd al waren.
Zelfs het sluiten, zelfs het verkrampen, is al een uitdrukking van Zijn. Het hoeft niet begrepen of opgelost te worden. Het mag simpelweg verschijnen.
En toch leeft er onder dat vertrek een ander verlangen. Een verlangen dat vaak nauwelijks woorden heeft. Om te blijven. Om ook dat wat zich aandient te kunnen dragen in aanwezigheid. Om niet weg te hoeven, ook als het schuurt, ook als we het niet weten.
Soms kunnen we terugkeren. Niet door iets te doen, maar door te vertragen. Door eerlijk te zijn, ook als het nog warrig voelt. Door toe te geven: ik weet het even niet, maar ik ben hier.
Mijn adem is gestokt. Mijn hart voelt gesloten. En toch weet iets in mij: ik ben hier nog.
Soms zijn er zelfs twee bewegingen tegelijk voelbaar. EƩn die naar verbinding reikt, en ƩƩn die zich sluit uit oude angst. Niet om te saboteren, maar omdat het ooit nodig was.
Juist daar kan ontmoeting rauw en echt worden. Niet door te kiezen voor ƩƩn kant, maar door beide te laten zijn.
We hoeven niet eerst geheeld te zijn om elkaar te ontmoeten. De uitnodiging is niet om beter te worden, maar om beschikbaar te zijn voor wat zich nu aandient.
Echte ontmoeting vraagt niet dat je perfect bent of helder of sterk. Alleen dat je blijft. Niet alleen voor de ander, maar vooral bij jezelf.
Dat je het verlangen herkent om niet opnieuw te vertrekken en daar zacht bij aanwezig blijft.
Dat veld is geen ideaal. Het is een mogelijkheid, hier en nu. In elk contact. In elke frictie. In elk moment waarop je merkt dat je dreigt te verdwijnen en toch besluit te blijven.
Niet door iets te doen, maar door niets uit te sluiten.
In die ruimte wordt niets geforceerd. Het is okƩ als het ongemakkelijk is. Als de woorden nog niet kloppen. Als het lichaam trilt. Als je even stilvalt.
Want juist daar, waar niets meer hoeft, begint de ontmoeting werkelijk.
In die open ruimte, voorbij doen en voorbij begrijpen, verschijnt vanzelf iets zachts. Iets echts.
Niet van jou.
Maar als jou.
Out beyond ideas of wrongdoing and rightdoing
there is a field.
I'll meet you there.
- Rumi




Opmerkingen