De Zijnsacademie
Een plek voor non-dualiteit, menselijkheid
en belichaamd leven

Uitgangspunten
Alles wat binnen de Zijnsacademie wordt gedeeld, begeleid en vormgegeven rust in de volgende uitgangspunten. Het zijn geen dogma’s of waarheden die aangenomen moeten worden, maar levende oriëntatiepunten die richting geven aan hoe werken, ontmoeten en begeleiden hier vorm krijgen.
​
Wat steeds terugkeert is dit: alles verschijnt binnen openheid en niets hoeft eerst te verdwijnen om er te mogen zijn. Menselijkheid wordt niet uitgesloten. Patronen, emoties, zoeken en lijden horen bij het mens-zijn en mogen volledig verschijnen.
​
Juist doordat niets wordt buitengesloten kan er werkelijke ontmoeting ontstaan: tussen begeleider en deelnemer, binnen dezelfde openheid, zonder weten of sturen. Soms in stilte, soms in woorden, soms eenvoudig als aanwezigheid.
​
​
1. Alles wat verschijnt, verschijnt binnen openheid
Alles wat zich aandient verschijnt binnen dezelfde openheid: gedachten, gevoelens, lichaamssensaties, overtuigingen, zoeken en vergeten. Ook de waargenomen wereld en het idee van een afgescheiden ik verschijnen daarin. Er is geen ervaring die daarbuiten valt. Geen moment dat niet welkom is. In non-duale taal wordt deze openheid soms aangeduid als Zijn.
2. Zijn hoeft niet bereikt of vastgehouden te worden
Zijn is geen staat die bereikt moet worden en geen realisatie die vastgehouden kan worden. Het is datgene wat altijd al aanwezig is, ook wanneer het leven onrustig, zoekend of pijnlijk is. Rusten in Zijn betekent daarom niet dat het leven stil of probleemloos wordt, maar dat niets van wat verschijnt eerst hoeft te verdwijnen om aanwezig te mogen zijn.
3. Er is geen afgescheiden ik dat dit werk doet
Begeleiding, herkenning en aanwezigheid ontstaan niet vanuit een centrum dat controleert, weet of beslist. Wat hier werkzaam is, is openheid zelf. Dat vraagt om niet-weten en niet-doen. Niet als houding die moet worden aangenomen, maar als een natuurlijk gevolg van het zien dat er geen afgescheiden centrum te vinden is dat aan het roer staat. Daarin kan ontmoeting ontstaan: het leven dat zichzelf ontmoet in twee mensen die bereid zijn werkelijk aanwezig te zijn.
4. Menselijkheid is geen obstakel voor waarheid
Je hoeft niet eerst vrij te zijn van emoties, patronen of pijn voordat waarheid toegankelijk is. Menselijkheid hoeft niet overstegen te worden om te herkennen wat je bent. Bescherming, overtuigingen, overlevingsreacties, zoeken en identificatie horen bij het mens-zijn. Ze worden hier niet gezien als iets dat weggewerkt moet worden, maar als ervaringen die volledig meegenomen mogen worden. Juist doordat niets wordt buitengesloten kan er werkelijke ontmoeting ontstaan: met jezelf, met de ander en met het leven zoals het zich aandient.
5. Het lichaam is een onmisbare toegangspoort
Openheid wordt niet alleen herkend in inzicht of stilte, maar ook geleefd in het lichaam. Spanning, sensaties, ademhaling en beweging laten direct zien wat zich aandient. Het lichaam laat voelen waar er wordt vastgehouden, waar iets zich sluit en waar ruimte al aanwezig is. Belichaming is daarom geen toevoeging aan het werk, maar een onmisbare dimensie ervan.
6. Wat moeilijk is hoeft niet buitengesloten te worden
Contractie, expansie, angst, pijn, verwarring en lijden worden hier niet buiten waarheid geplaatst. Ze verschijnen binnen dezelfde openheid als rust, helderheid en liefde.
Het leven beweegt voortdurend tussen openen en samentrekken. Deze bewegingen zijn geen fouten en geen teken dat er iets misgaat. Ze hoeven niet gestuurd, verklaard of gecorrigeerd te worden. Wanneer niets wordt weggehouden kan er soms iets verzachten.
7. Het leven zelf laat zien waar identificatie ontstaat
In het dagelijkse leven wordt steeds opnieuw zichtbaar waar we samenvallen met gedachten, emoties of rollen. Relaties, werk, onzekerheid, verlangen en conflict laten vaak precies zien waar het contact met openheid even uit het oog wordt verloren. Dit wordt niet benaderd als iets dat gecorrigeerd moet worden, maar als een uitnodiging om opnieuw te herkennen wat al aanwezig is.
8. Ontmoeting gebeurt in gelijkwaardigheid en liefde
In begeleiding staat niemand boven de ander. Begeleider en deelnemer ontmoeten elkaar binnen dezelfde openheid, als mensen die beiden weten wat het is om te zoeken, te twijfelen en soms de weg kwijt te zijn. Begeleiding vertrekt niet vanuit weten of oplossen, maar vanuit aanwezig zijn. Iedereen blijft verantwoordelijk voor zijn of haar eigen ervaring. Onder dit alles ligt iets dat niet geleerd of ontwikkeld kan worden: de liefde die zichzelf herkent in de ander. Wanneer openheid niet wordt vastgezet kan het leven zich vanzelf uitdrukken als delen, expressie en liefde. Niet als opdracht of rol, maar als natuurlijke beweging van Zijn.
